ECLI:NL:CRVB:2013:2532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstige en onherstelbare vertrouwensbreuk bij tijdelijke aanstelling
Appellant was fraudepreventiemedewerker bij de gemeente Bussum met een tijdelijke aanstelling van 1 oktober 2008 tot 31 december 2010. Het college besloot appellant per 15 januari 2010 te ontslaan, primair wegens onbekwaamheid en/of ongeschiktheid anders dan door ziekte, subsidiair wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk.
De bezwarenadviescommissie adviseerde het college de primaire ontslaggrond niet te handhaven, maar het college handhaafde beide gronden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het ontslag terecht was vanwege een ernstige vertrouwensbreuk, hoewel onvoldoende bewijs was voor ongeschiktheid.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er geen ernstige vertrouwensbreuk was. Het college stelde dat er wel degelijk sprake was van onherstelbare vertrouwensbreuk en dat appellant voldoende verbeterkans had gehad.
De Raad oordeelde dat de gebeurtenissen in september 2009, waaronder het niet nakomen van observatiediensten en onjuiste rapportages, samen met eerdere kritiek op het functioneren, een ernstige en onherstelbare vertrouwensbreuk vormden. De Raad bevestigde het ontslag en wees de bovenwettelijke uitkering af omdat deze niet op tijdelijke aanstellingen van toepassing is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ernstige en onherstelbare vertrouwensbreuk bevestigd.