Uitspraak
mr. Nijenhuis een aantal vragen van de Raad beantwoord.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene en zijn echtgenote werden door een Zuid-Afrikaanse geloofsgemeenschap uitgezonden om in Nederland als voorgangers te werken. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had het AOW-pensioen van betrokkene ingetrokken omdat zij aannam dat hij niet verzekerd was. De rechtbank oordeelde dat betrokkene vanaf zijn inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) in 2006 tot zijn 65e verjaardag verzekerd was.
In hoger beroep stelde de Svb dat betrokkene geen duurzame persoonlijke band met Nederland had en daarom geen ingezetene was. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde echter dat betrokkene persoonlijk arbeid verrichtte in een dienstverband, ondanks het ontbreken van loon in geld, omdat hij diverse voorzieningen in natura ontving die als loon konden worden aangemerkt. Er was sprake van een gezagsverhouding en duidelijke werkafspraken.
De Raad concludeerde dat betrokkene in de periode in geschil verzekerd was ingevolge de AOW, ook al werd er geen loonbelasting ingehouden vanwege het geringe inkomen in natura. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en de Svb werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Betrokkene was verzekerd ingevolge de AOW omdat hij een dienstbetrekking had met de geloofsgemeenschap in Nederland.