ECLI:NL:CRVB:2013:2559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens inkomsten uit prostitutie
Appellant ontving bijstand van januari 2007 tot maart 2010. Naar aanleiding van klachten over illegale prostitutie in zijn woning voerde de politie een onderzoek uit, dat bevestigde dat appellant zijn woning gebruikte voor prostitutieactiviteiten. Het college trok daarop de bijstand over een specifieke periode in en vorderde de kosten terug, omdat appellant inkomsten uit deze activiteiten niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij voerde aan dat onvoldoende feitelijke grondslag bestond voor de conclusie dat hij een illegale seksinrichting dreef en dat het besluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat het politierapport een toereikende grondslag bood voor het standpunt van het college. Door het niet melden van inkomsten uit prostitutie schond appellant zijn inlichtingenverplichting, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Het college was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit prostitutie wordt bevestigd.