ECLI:NL:CRVB:2013:2560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellanten ontvingen bijstand en hadden meerdere auto's op hun naam geregistreerd die zij gebruikten voor export naar Syrië en Jordanië. Zij verklaarden geen inkomsten uit deze handel te hebben ontvangen en geen administratie bij te houden. Het college stelde vast dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden door het bezit en de transacties niet te melden.
Het college trok de bijstand over 28 maanden in en vorderde €39.898,47 terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellanten voerden aan dat zij geen inkomsten hadden en dat de bewijslast onterecht was omgekeerd. Ook boden zij getuigen aan, maar de rechtbank wees dit af wegens procesorde.
De Raad oordeelde dat appellanten niet op het vertrouwensbeginsel konden steunen en dat de schending van de inlichtingenverplichting een rechtsgrond voor intrekking vormt. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat zij recht op bijstand hadden. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.