ECLI:NL:CRVB:2013:2567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan trajectplan
Appellant ontvangt sinds 1 november 2007 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en is gehouden aan arbeidsverplichtingen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage heeft meerdere malen de bijstand van appellant verlaagd wegens onvoldoende medewerking aan het trajectplan en arbeidsverplichtingen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze verlagingen ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal en medische klachten hem verhinderden om aan de verplichtingen te voldoen. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hem niet duidelijk was wat van hem werd verwacht en dat er geen reden was om de verlagingen te matigen of af te zien.
De Raad benadrukte dat appellant een eigen verantwoordelijkheid draagt om zijn verplichtingen na te komen en dat hij hulp kon inroepen indien nodig. Ook werd vastgesteld dat medische gegevens onvoldoende waren om vrijstelling te rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de verlagingen bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens onvoldoende medewerking aan het trajectplan wordt bevestigd.