ECLI:NL:CRVB:2013:2583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet ondanks termijnoverschrijding
Appellant, woonachtig in Frankrijk, was onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) als verdragsgerechtigde aangemerkt en moest een buitenlandbijdrage betalen die gerelateerd is aan de zorgkosten in het woonland. Na een definitieve jaarafrekening over 2007 waarbij een bedrag van €3.753,26 werd vastgesteld, stelde appellant bezwaar tegen de late vaststelling van deze bijdrage. De rechtbank vernietigde het besluit wegens schending van artikel 7:3 Awb Pro, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder de termijnoverschrijding en de vermeende nadelige fiscale gevolgen in Frankrijk. De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding geen fatale sanctie kent en dat appellant geen nadeel heeft geleden omdat het College voor Zorgverzekeringen (Cvz) afzag van renteheffing. Tevens was de totale bijdrage correct vastgesteld, ondanks een lagere inhouding door het pensioenfonds.
De Raad concludeerde dat de procedure binnen een redelijke termijn van vier jaar is afgerond en dat de grieven van appellant niet slagen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de buitenlandbijdrage terecht is vastgesteld ondanks de termijnoverschrijding.