ECLI:NL:CRVB:2013:2597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomen studiefinanciering 2009 zonder toepassing hardheidsclausule
Appellant ontving in 2009 studiefinanciering in de vorm van een lening en een OV-studentenkaart. De Minister stelde een vordering vast wegens overschrijding van de bijverdiengrens in 2009, gebaseerd op artikel 3.17, zevende lid, van de Wet studiefinanciering 2000 zoals die gold in 2009.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de vordering had moeten worden gebaseerd op de gewijzigde regeling van 1 januari 2010, die een lagere vordering zou opleveren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel volledig.
De Raad overweegt dat de gewijzigde wettelijke bepaling niet van toepassing is op studiefinancieringstijdvakken vóór 2010. Ook is er geen reden om de hardheidsclausule toe te passen, omdat de onverkorte toepassing van de wettelijke regeling niet in strijd is met de bedoeling van de wetgever.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vordering wegens meerinkomen over 2009 zonder toepassing van de hardheidsclausule.