ECLI:NL:CRVB:2013:2598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij studiefinanciering
Appellante werd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geconfronteerd met een terugvordering van €4.892,52 wegens te veel bijverdiensten in 2009. Zij maakte bezwaar, maar diende dit niet tijdig in omdat haar post bij de buren was bezorgd en zij deze te laat ontving. De Minister verklaarde het bezwaar ongegrond wegens termijnoverschrijding.
Appellante stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de post bij haar buurvrouw was bezorgd. Ter onderbouwing overhandigde zij verklaringen van deze buurvrouw en correspondentie van de Belastingdienst. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende was gebleken dat de buurvrouw daadwerkelijk op het adres woonde, dat de verklaring niet duidelijk maakte wanneer de post was ontvangen, en dat niet aannemelijk was dat het besluit pas na afloop van de termijn aan appellante was overhandigd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad vond de verklaring onvoldoende concreet en aannemelijk om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.