Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2013:2604

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 november 2013
Publicatiedatum
27 november 2013
Zaaknummer
12-5316 AOW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellant stelde in verzet dat hij geen geld had en dat het vanuit Marokko niet mogelijk was geld naar Nederland te sturen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant in zijn verzet geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden leiden tot het oordeel dat hij niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Bovendien had appellant de Raad niet tijdig geïnformeerd over eventuele betalingsproblemen.

Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en wees een veroordeling in de proceskosten van het verzet af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 november 2013.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 november 2013
12/5316 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2012, 11/4515 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 1 februari 2013 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Appellant heeft in verzet aangegeven dat hij geen geld heeft en dat het bovendien niet mogelijk is om vanuit Marokko geld naar Nederland te sturen. De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Indien appellant problemen heeft ondervonden met het betalen van het griffierecht, had het op zijn weg gelegen de Raad hierover tijdig te informeren. Dat heeft hij echter niet gedaan.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

TM

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Declare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, 22 novembre 2013.