ECLI:NL:CRVB:2013:2612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep AOW-uitspraak
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-zaak, maar werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. In het verzet dat appellant instelde, heeft hij geen feiten of omstandigheden aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim was met de betaling van het griffierecht.
De Raad oordeelde dat het door appellant aangevoerde argument dat het griffierecht binnen de gestelde termijn zou zijn betaald, niet met stukken werd onderbouwd. Mogelijk doelde appellant op het griffierecht dat bij de rechtbank was betaald, maar voor het instellen van hoger beroep moet een afzonderlijk griffierecht worden voldaan.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet ongegrond en zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd mondeling gedaan op 22 november 2013 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.