ECLI:NL:CRVB:2013:2612

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 november 2013
Publicatiedatum
28 november 2013
Zaaknummer
13-1342 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep AOW-uitspraak

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-zaak, maar werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. In het verzet dat appellant instelde, heeft hij geen feiten of omstandigheden aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim was met de betaling van het griffierecht.

De Raad oordeelde dat het door appellant aangevoerde argument dat het griffierecht binnen de gestelde termijn zou zijn betaald, niet met stukken werd onderbouwd. Mogelijk doelde appellant op het griffierecht dat bij de rechtbank was betaald, maar voor het instellen van hoger beroep moet een afzonderlijk griffierecht worden voldaan.

De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet ongegrond en zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd mondeling gedaan op 22 november 2013 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 november 2013
13/1342 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 januari 2013, 12/2170 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 23 augustus 2013 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant heeft zijn stelling dat hij het griffierecht binnen de gestelde termijn heeft betaald niet met stukken onderbouwd. Wellicht doelt appellant op het in beroep bij de rechtbank betaalde griffierecht. Voor het instellen van hoger beroep moet echter afzonderlijk griffierecht worden betaald.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons
IvR

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, 22 novembre 2013.