ECLI:NL:CRVB:2013:2617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft zijn werkzaamheden als conciërge gestaakt vanwege psychische klachten en verzocht om een WIA-uitkering. De verzekeringsarts stelde een persoonlijkheidsstoornis vast met narcistische en borderline trekken en beperkte sociale en fysieke functies. Het UWV concludeerde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af.
In bezwaar werd de Functionele Mogelijkhedenlijst aangevuld met beperkingen door rug- en longklachten, maar de arbeidsdeskundige bleef van oordeel dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en andere functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische onderbouwing en arbeidskundige beoordeling juist waren, waarbij de diagnose depressieve stoornis van de GGZ niet doorslaggevend was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en verwees naar nieuwe medische informatie en een latere WIA-toekenning. De Raad stelde vast dat het geschil zich beperkte tot de psychische belastbaarheid en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat niet de diagnose, maar de objectiveerbare beperkingen bepalend zijn. De toekenning van een WIA-uitkering per 18 januari 2013 leidt niet tot een ander oordeel voor de datum in geding.
De Raad liet de geschiktheid voor het eigen werk open vanwege onvoldoende gegevens, maar bevestigde dat appellant passend is voor de geduide functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 0%. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 16 augustus 2010 geen recht heeft op een WIA-uitkering vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid.