ECLI:NL:CRVB:2013:2650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen vermogen
Appellant vroeg op 8 juli 2004 bijstand aan op grond van de WWB en overhandigde bankafschriften van zijn privérekening, maar gaf geen informatie over zijn kapitaalrekening die aan hetzelfde rekeningnummer was gekoppeld.
De gemeente Amsterdam ontdekte via onderzoek en meldingen van het inlichtingenbureau dat appellant over vermogen beschikte dat de vrijlatingsgrens overschreed. Na onderzoek en een verhoor in 2010 besloot het college in 2011 de bijstand over de periode 2004-2010 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij alle benodigde stukken had ingeleverd en dat het college al in 2004 op de hoogte was van zijn volledige vermogen. Ook voerde hij verjaring en de zesmaandenjurisprudentie aan.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door de kapitaalrekening niet op te geven en dat het college niet eerder op de hoogte was van deze rekening. De zesmaandenjurisprudentie en verjaring konden niet worden toegepast omdat het eerste signaal pas in 2006 binnenkwam en de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet was verstreken. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen vermogen wordt bevestigd.