ECLI:NL:CRVB:2013:2657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering arbeidsinschakeling
Appellant, sinds 2000 werkloos en vanaf 2004 bijstandontvanger, weigerde in oktober 2011 een door het college aangeboden participatiebaan te aanvaarden door de arbeidsovereenkomst niet te ondertekenen. Ondanks toezeggingen van re-integratiebedrijf Pantar om binnen zes maanden een baan met baangarantie te zoeken, gaf appellant aan geen zin te hebben om te werken zonder vaste baan op termijn.
Het college verlaagde daarom de bijstand met 100% voor een maand als maatregel wegens het niet nakomen van de arbeidsinschakelingsverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant terecht is gesanctioneerd.
De Raad benadrukt dat het niet ondertekenen van de overeenkomst en het niet starten met het werk kan worden verweten aan appellant, en dat het college de verlaging terecht heeft toegepast conform de Afstemmingsverordening. Er is geen grond voor een mildere maatregel. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wordt bevestigd wegens weigering van arbeidsinschakeling.