ECLI:NL:CRVB:2013:2663
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering éénoudertoeslag wegens partnerbegrip
Verzoekster ontving een toeslag voor een éénoudergezin, die de Minister herzag en terugvorderde op grond van het partnerbegrip in de Awir. De Minister stelde dat de man die op hetzelfde adres stond ingeschreven als verzoekster, zich als haar partner presenteerde op social media.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de herziening ongegrond, omdat verzoekster een partner had volgens artikel 3 Awir Pro. Verzoekster voerde in hoger beroep aan dat zij een zakelijke huurovereenkomst had met de man, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het enkele bestaan van een huurovereenkomst onvoldoende is om een zakelijke huurrelatie aan te nemen.
De feitelijke situatie, waaronder het gebruik van de woning en het ontbreken van kastruimte voor de man, wijkt sterk af van de huurovereenkomst. Ook was onderverhuur zonder toestemming van de verhuurder niet toegestaan en was die toestemming niet gevraagd. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen overtuigend bewijs is dat sprake is van zakelijke huur en bevestigde het bestreden besluit en de terugvordering van de toeslag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarmee de herziening en terugvordering van de éénoudertoeslag wordt bevestigd.