ECLI:NL:CRVB:2013:2678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Toekenning IVA-uitkering na onjuiste weigering door UWV
Appellant, werkzaam als kok, leed aan colitis ulcerosa en onderging meerdere operaties met complicaties, waaronder een stoma en krachtverlies in het linkerbeen. Na het einde van de wachttijd op 12 november 2010 kende het UWV hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe, terwijl appellant meende recht te hebben op een IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid.
De bezwaarverzekeringsarts baseerde zijn oordeel op algemene medische literatuur en verwachtte binnen twee jaar herstel, maar hield onvoldoende rekening met de individuele medische situatie van appellant. Appellant overhandigde een rapport van zijn behandelend maag-darm-leverarts dat geen verbetering verwachtte en de sociale en medische lasten van de stoma benadrukte.
De Raad oordeelt dat de inschatting van het UWV niet berust op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en het eerdere besluit van het UWV en bepaalt dat appellant met ingang van 12 november 2010 recht heeft op een IVA-uitkering. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Appellant heeft met ingang van 12 november 2010 recht op een IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid.