ECLI:NL:CRVB:2013:2691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- K. Wentholt
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft zijn werkzaamheden als medewerker plantsoendienst gestaakt vanwege klachten aan zijn rechterhand, waaronder het carpaal tunnelsyndroom en schouderklachten. Het UWV heeft vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd na beoordeling van medische en arbeidskundige rapporten.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn beperkingen zijn onderschat, onder meer door onvoldoende rekening te houden met de bevindingen van een revalidatiearts en zijn klachten van tintelingen en verminderde belastbaarheid. De Raad oordeelt echter dat de bezwaarverzekeringsarts deze klachten en beperkingen wel degelijk heeft betrokken bij zijn beoordeling, mede op basis van eigen onderzoek.
De arbeidskundigen hebben bovendien toegelicht dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant liggen, waarbij rekening is gehouden met beperkingen in het gebruik van beide handen. De Raad ziet geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigt de afwijzing van het recht op WIA-uitkering.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en juiste beoordeling van beperkingen.