ECLI:NL:CRVB:2013:2693
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) van 22 januari 2013. De Raad verklaarde het beroep op 22 augustus 2013 niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet had betaald. Vervolgens stelde appellant verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, waarbij hij stelde dat hij geen griffierecht wilde betalen vanwege onrechtvaardige behandeling door de regering en de gemeente Brunssum.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) griffierecht geheven moet worden bij het indienen van een beroepschrift. Appellant bracht geen feiten of omstandigheden aan die konden rechtvaardigen dat hij niet in verzuim was met betrekking tot de betaling van het griffierecht.
Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd mondeling gedaan op 22 november 2013 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.