ECLI:NL:CRVB:2013:2712

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 december 2013
Publicatiedatum
6 december 2013
Zaaknummer
12-6237 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, maar werd niet-ontvankelijk verklaard door de Raad vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellante deed hiertegen verzet. De Raad stelde vast dat ondanks een nieuwe termijn voor betaling, het griffierecht niet werd voldaan.

Tijdens de zitting van 22 november 2013 waren partijen niet verschenen. De Raad oordeelde dat er geen omstandigheden waren die het verzuim van appellante konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.

Er werd geen aanleiding gezien om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd op 6 december 2013 in het openbaar gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 december 2013
12/6237 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 25 oktober 2012, 12/3143 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 23 april 2013 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 23 april 2013 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 22 november 2013, waar partijen - het college met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 23 april 2013 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval heeft de Raad aanleiding gezien appellante een nieuwe termijn te geven voor de betaling van het griffierecht. Bij
- aangetekend en per gewone post verzonden - brief van 15 augustus 2013 is appellante in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog binnen 28 dagen te voldoen. De Raad stelt vast dat het griffierecht (ook) binnen deze termijn niet is betaald. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, is de Raad niet gebleken.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
6 december 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

NW