ECLI:NL:CRVB:2013:2726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroepschrift wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
In deze zaak hebben appellanten beroep ingesteld tegen een besluit van 1 maart 2011, waarbij het beroepschrift op 23 maart 2012 werd ingediend, ruim na de geldende termijn van zes weken. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding die niet verschoonbaar werd geacht.
Appellanten stelden dat de beroepstermijn pas begon te lopen nadat de Belastingdienst in februari en maart 2012 afzonderlijke besluiten nam die aantoonden dat het bestreden besluit was gebaseerd op onjuiste inkomensgegevens. Dit standpunt werd door de Centrale Raad van Beroep verworpen omdat dit niet strookt met de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad overwoog dat appellanten de mogelijkheid hadden om tijdig een beroepschrift in te dienen ter behoud van rechten, ook in afwachting van de besluiten van de Belastingdienst. De termijnoverschrijding is dan ook voor rekening en risico van appellanten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.