ECLI:NL:CRVB:2013:2733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen voorzitter wrakingskamer in hoger beroep WWB
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam in zaken tegen het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Hij diende op 27 oktober 2013 een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechters Talman en Bandringa. Nadat hij op 4 november 2013 was geïnformeerd over de samenstelling van de wrakingskamer, verzocht hij op 15 november 2013 om wraking van de voorzitter van die wrakingskamer.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat dit tweede wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet tijdig is ingediend in strijd met artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker had moeten begrijpen dat de voorzitter geen reden had zich terug te trekken, waardoor het verzoek om wraking van de voorzitter te laat kwam.
Verzoekers argumenten over eerdere wrakingsverzoeken en een zogenaamd register van personen die de 'Jolish' ondersteunen, worden niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De samenstelling van de wrakingskamer blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de wrakingskamer is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.