ECLI:NL:CRVB:2013:2747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 1 december 2011 een aanvraag om bijstand in volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Het college gaf een hersteltermijn tot 23 januari 2012 om ontbrekende bankafschriften en een deugdelijke administratie van zijn taxibedrijf te overleggen. Appellant gaf aan de bankafschriften binnen vijf werkdagen na 20 januari 2012 te ontvangen en te zullen inleveren, maar heeft dit niet gedaan. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op 3 februari 2012 vanwege het niet tijdig en volledig aanleveren van de gevraagde gegevens.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat niet alle gevraagde stukken waren ingeleverd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij alle stukken had ingediend die binnen zijn macht lagen en dat het college een voorschot had moeten verlenen. Tevens stelde hij dat het college zijn belangen onvoldoende had meegewogen en dat zijn rechten volgens artikel 8 EVRM Pro waren geschonden.
De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde omdat appellant redelijkerwijs over de bankafschriften kon beschikken en deze niet binnen de gestelde termijn had ingeleverd. De Raad verwierp het beroep op artikel 8 EVRM Pro en stelde dat de na het besluit ingebrachte stukken niet relevant zijn. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld vanwege het niet tijdig en volledig aanleveren van gevraagde gegevens.