ECLI:NL:CRVB:2013:2755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting na medische verhuizing
Appellant, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, verhuisde in januari 2011 van Aarle Rixtel naar een seniorenwoning in Handel. Hij vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting, met als reden een eerdere beroerte. Het college wees de aanvraag af omdat de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) als voorliggende voorziening geldt.
Appellant ontving een tegemoetkoming op grond van de Wmo en maakte bezwaar tegen de afwijzing, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat bij medische verhuizing de Wmo-voorziening passend en toereikend is, waardoor bijzondere bijstand niet kan worden toegekend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat ook andere omstandigheden, zoals bedreigend gedrag van zijn schoonzoon, een rol speelden bij de verhuizing. De Raad oordeelde echter dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt afgewezen omdat de Wmo-voorziening passend en toereikend is bij medische verhuizing.