ECLI:NL:CRVB:2013:2763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen erfenis en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB sinds 1983. Na een onderzoek naar aanleiding van ontvangen informatie bleek dat zij een erfenis van € 92.834,70 had ontvangen en dit niet had gemeld aan het bestuur. Hierdoor werd de bijstand vanaf 6 december 2010 ingetrokken en de kosten van bijstand over de periode van 10 mei 2007 tot 5 december 2010 teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar geestelijke toestand en het overlijden van haar moeder haar verhinderden tijdig aan haar inlichtingenverplichting te voldoen en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen.
De Raad oordeelde dat appellante het bezwaar tegen de intrekking te laat had ingediend en dat de terugvordering terecht was omdat zij beschikte over middelen uit de erfenis waarover zij niet had gerapporteerd. Haar geestelijke toestand vormde geen dringende reden. Ook kon niet worden vastgesteld dat zij vanaf april 2009 in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, omdat zij geen aannemelijke besteding van het opgenomen geld had gegeven.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellante worden bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.