ECLI:NL:CRVB:2013:2766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante heeft meerdere keren bijstand aangevraagd, waarvan de eerste aanvragen in januari en augustus 2010 werden afgewezen. Pas in mei 2011 werd bijstand toegekend met ingang van april 2011. Het college wees het bezwaar tegen deze beslissing af, omdat op grond van artikel 44 van Pro de WWB bijstand niet met terugwerkende kracht kan worden verleend zonder bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. Appellante stelde dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren, waaronder haar opname in het ziekenhuis en financiële nood, die rechtvaardigen dat bijstand vanaf januari 2010 zou worden toegekend.
De Raad oordeelt dat de hoofdregel is dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellante slaagde er niet in deze bijzondere omstandigheden aannemelijk te maken. Haar financiële nood alleen is onvoldoende om af te wijken van de hoofdregel. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft de oorspronkelijke beslissing in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.