ECLI:NL:CRVB:2013:2772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onredelijke beslissing college
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB. Het college stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand en verzocht appellante om bankafschriften over te leggen. Appellante leverde gedeeltelijke gegevens aan, maar niet de volledige tweede pagina van een transactieoverzicht. Het college schortte daarop de bijstand op en trok deze later in wegens het niet volledig aanleveren van de gevraagde stukken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat de overgelegde overzichten incompleet waren, waardoor controle op transacties na 11 juli 2011 niet mogelijk was. In hoger beroep betoogde appellante dat de overgelegde stukken samen met eerder ingediende bankafschriften voldoende bewijs vormden dat er geen transacties na 22 juni 2011 waren.
De Raad oordeelde dat het college terecht het opschortingsbesluit had genomen, maar dat het intrekkingsbesluit onredelijk was omdat het ontbreken van de tweede pagina niet leidde tot het ontbreken van een volledig overzicht van mutaties. Er waren geen aanwijzingen dat er na 22 juni 2011 nog transacties waren. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, herroept het intrekkingsbesluit en veroordeelde het college in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.