ECLI:NL:CRVB:2013:2776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd geconfronteerd met een maatregel van verlaging van zijn bijstand met 20% gedurende een maand vanwege onvoldoende medewerking aan een onderzoek naar arbeidsinschakeling. Appellant weigerde een huisbezoek door een keuringsarts, terwijl hij wel bereid was een medisch onderzoek op kantoor te ondergaan. Het college stelde dat het huisbezoek een gebruikelijke en noodzakelijke methode was om de ernst van zijn rugklachten te beoordelen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat het college terecht de maatregel oplegde omdat appellant verwijtbaar onvoldoende had meegewerkt. De Raad stelde dat het niet aan appellant was om de wijze van onderzoek te bepalen en dat zijn privacyargument onvoldoende was omdat het ging om een medisch onderzoek door een arts.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd op 10 december 2013 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% wegens onvoldoende medewerking aan het medisch onderzoek wordt bevestigd.