ECLI:NL:CRVB:2013:2777

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2013
Publicatiedatum
10 december 2013
Zaaknummer
12-5247 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 WWB
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-wonen op opgegeven adres

Appellant diende op 26 oktober 2011 een aanvraag om bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarbij hij verklaarde te wonen op een bepaald adres. Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen voerde een onderzoek uit, inclusief een onaangekondigd huisbezoek, waaruit bleek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde.

Het college wees de aanvraag af op basis van het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting zoals bedoeld in artikel 17 WWB Pro, omdat het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en concludeerde dat appellant niet woonde op het opgegeven adres, mede op basis van het ontbreken van persoonlijke spullen en de verklaring van een aanwezige persoon tijdens het huisbezoek.

Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk op het adres verbleef en dat de afwijzing ernstige financiële gevolgen voor hem had. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, waarmee de afwijzing van de bijstandsaanvraag werd bevestigd.

Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens niet-wonen op het opgegeven adres wordt bevestigd.

Uitspraak

12/5247 WWB
Datum uitspraak: 10 december 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 10 augustus 2012, 12/1421 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te[woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.F. Ronday, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2013. Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door H. Heidebrink.

OVERWEGINGEN

1.
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellant heeft op 26 oktober 2011 een aanvraag om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend. Bij zijn aanvraag heeft hij opgegeven dat hij woont op het adres[adres 1] te [woonplaats] (opgegeven adres).
1.2.
Het college heeft onderzoek gedaan naar de woonsituatie van appellant, waarbij onder andere een onaangekondigd huisbezoek aan het opgegeven adres is afgelegd. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 21 november 2011.
1.3.
Bij besluit van 28 november 2011, gehandhaafd bij besluit van 14 maart 2012 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen op de grond dat appellant niet woont op het opgegeven adres. Hij heeft niet voldaan aan de op grond van artikel 17 van Pro de WWB op hem rustende inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet is vast te stellen.
2.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, overwogen dat blijkens het rapport van 21 november 2011 bij het huisbezoek op 14 november 2011 geen persoonlijke spullen, kleding, administratie, toiletartikelen en levensmiddelen van appellant zijn aangetroffen. Ook de verklaring van de tijdens het huisbezoek aanwezige [K.] dat appellant niet woont op het opgegeven adres, dat hij daar hooguit twee dagen in de week langskomt en nooit blijft slapen, leidt tot de conclusie dat appellant niet woonde op het opgegeven adres. Er is geen reden te twijfelen aan de verklaring van [K.], temeer nu bij het huisbezoek in de woning uitsluitend de persoonlijke spullen, toiletartikelen en kleding van [K.] zijn aangetroffen en niet die van appellant.
3.
Appellant heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en aangevoerd dat hij genoegzaam heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk verblijft op het opgegeven adres. Voorts heeft appellant aangevoerd dat de afwijzing voor hem onaanvaardbare financiële consequenties heeft omdat hij niet in de kosten van zijn levensonderhoud kan voorzien.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, zijn een herhaling van hetgeen hij in beroep heeft aangevoerd en vormen geen aanleiding om in andere zin dan de rechtbank te oordelen. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2013.
(getekend) Y.J. Klik
(getekend) A.C. Oomkens

HD