ECLI:NL:CRVB:2013:2778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aflossingscapaciteit bij Hongaars pensioen en belastingheffing
Appellant ontvangt meerdere pensioenen, waaronder een Hongaars pensioen, en heeft een schuld op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) waarop hij maandelijks aflost. Het college stelde in 2010 het maandelijkse aflossingsbedrag vast op € 96,90, zonder rekening te houden met nog te heffen inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet-bijdrage over het Hongaars pensioen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat deze posten wel in de berekening meegenomen moesten worden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en overhandigde aanslagen inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet-bijdrage 2010.
De Raad oordeelt dat het college terecht geen rekening hoefde te houden met nog na te heffen belasting en bijdrage, omdat niet vaststaat of en hoe hoog deze aanslagen zullen zijn. De aanslag inkomstenbelasting 2010 liet zien dat appellant geen belasting hoefde te betalen, terwijl de bijdrage Zorgverzekeringswet nog onduidelijk was. Het college heeft toegezegd het aflossingsbedrag aan te passen zodra de definitieve bijdrage bekend is.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.