ECLI:NL:CRVB:2013:2827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. Van Voorst
- J.S. van der Kolk
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft op 21 september 2011 een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft bij besluit van 10 november 2011 vastgesteld dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd bij beslissing van 18 april 2012 ongegrond verklaard. De rechtbank Maastricht heeft het beroep van appellante tegen deze beslissing eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de functies die appellante kon vervullen medisch passend waren.
In hoger beroep heeft appellante haar eerdere gronden herhaald en aanvullende verklaringen ingediend, maar de Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat de rechtbank de aangevoerde gronden afdoende en gemotiveerd heeft besproken. De Raad bevestigt dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de lichamelijke en psychische beperkingen voldoende zijn betrokken bij de beoordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.