ECLI:NL:CRVB:2013:2837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.S. van der Kolk
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing en opdracht tot herbeoordeling
Appellant, sinds 1996 werkzaam in eigen agenturen- en groothandel, ontwikkelde na een verkeersongeval in 2002 whiplash- en psychische klachten. Vanaf 2003 ontving hij een WAZ-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in 2008 in, stellende dat appellant duurzaam inkomsten kon verwerven, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundige rapporten.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig was. In hoger beroep bracht appellant nieuwe medische en neuropsychologische rapporten in die duidden op ernstigere beperkingen.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, prof. dr. R.A. Schoevers, die concludeerde dat appellant lijdt aan een dysthyme stoornis, pijnstoornis en whiplash associated disorder, met aanzienlijke beperkingen in werkregulatie, druk, collegiale contacten en emotionele verwerking. De Raad volgde dit rapport en oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellant had onderschat en het besluit onvoldoende medisch was onderbouwd.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek te herstellen door een nieuwe FML op te stellen met inachtneming van de deskundigenbeperkingen, waarna de gevolgen voor de arbeidsongeschiktheid opnieuw kunnen worden beoordeeld.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe FML op te stellen met inachtneming van de beperkingen.