ECLI:NL:CRVB:2013:2841
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens niet verwijtbare termijnoverschrijding in WWB-zaak
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch in een WWB-zaak. Dit hoger beroep werd door de Raad van 26 maart 2013 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift.
Appellante maakte hiertegen verzet, waarbij zij medische informatie overlegde die de Raad deed oordelen dat de termijnoverschrijding haar niet kan worden verweten. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard, verviel de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven werd veroordeeld in de proceskosten van appellante, begroot op € 28,40 aan reiskosten. Het college was niet verschenen bij de zitting van 22 november 2013.
De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 13 december 2013, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.