ECLI:NL:CRVB:2013:2851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over dwangsom bij niet tijdig beslissen bezwaar
Betrokkene ontving een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren. Appellant trok deze voorziening in en herzag eerdere bijstandsbesluiten, waarna betrokkene bezwaar maakte. De rechtbank stelde een dwangsom vast wegens niet tijdig beslissen op het bezwaar. Appellant stelde dat de ingebrekestelling te vroeg was gedaan, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de ingebrekestelling pas kan plaatsvinden nadat de beslistermijn op bezwaar is verstreken. In dit geval was de ingebrekestelling van 30 mei 2011 te vroeg, omdat de beslistermijn tot 11 juni 2011 liep. Hierdoor was geen dwangsom verschuldigd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de dwangsom vaststelde en wees een proceskostenveroordeling af. De beslissing bevestigt de strikte toepassing van de regels rond ingebrekestelling en dwangsommen bij bestuursrechtelijke beslistermijnen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank over de dwangsom wegens te vroege ingebrekestelling.