ECLI:NL:CRVB:2013:2862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante viel op 4 oktober 2007 uit wegens lichamelijke klachten, later aangevuld met psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit van 22 december 2009 vast dat zij geen recht had op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Na bezwaar en een arbeidsdeskundig onderzoek bleef dit oordeel gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, mede door de in 2011 vastgestelde oogaandoening Stargardt type 1, onvoldoende waren meegewogen en dat haar belastbaarheid te optimistisch was vastgesteld. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige oogarts die concludeerde dat de ziekte van Stargardt waarschijnlijk al in 2009 aanwezig was en een rol speelde, maar dat objectief bewijs voor een verminderde visus vóór oktober 2010 ontbrak.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende waren gemotiveerd. De functies die appellante kon verrichten overschreden haar belastbaarheid niet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beslissing van het UWV dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.