ECLI:NL:CRVB:2013:2876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over inwoning moeder
Appellante ontvangt sinds 2006 bijstand en heeft de inwoning van haar moeder per 24 december 2007 niet schriftelijk gemeld aan het bestuur, wat een schending van de inlichtingenverplichting oplevert. Het bestuur heeft daarom de bijstand met 50% verlaagd voor de maand april 2009. De rechtbank had deze maatregel gematigd tot een verlaging van €150 en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
In hoger beroep betoogt appellante dat zij tijdig haar casemanager informeerde en zich beroept op het vertrouwensbeginsel, maar de Raad oordeelt dat de schriftelijke melding via een wijzigingsformulier vereist is en dat het bestuur terecht op deze procedure vertrouwt. Het niet melden via het formulier leidt tot verwijtbaarheid.
De Raad bevestigt dat de verlaging terecht is opgelegd en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn voor het hoger beroep niet is overschreden. Ook het verzoek tot vergoeding van overige schade wordt afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% voor een maand wegens niet melden van de inwoning van de moeder wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.