Appellanten, die in Nederland hebben gewoond en gewerkt voordat zij naar de Verenigde Staten emigreerden, vroegen hun AOW-pensioen aan met terugwerkende kracht tot september 2007. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees een langere terugwerkende kracht af en verklaarde bezwaren ongegrond. De rechtbank vernietigde deze besluiten deels en beval nader onderzoek naar de aanvraaggegevens bij de Amerikaanse Social Security Administration (SSA).
De Raad oordeelt dat appellante haar rechten op AOW-pensioen heeft veiliggesteld bij haar aanmelding voor Medicare in 1996, toen zij 65 werd. De Svb had dit moeten erkennen en het pensioen vanaf die datum toekennen. Voor appellant geldt dit niet, omdat onvoldoende gegevens zijn verstrekt. Verder stelt de Raad vast dat de Svb de redelijke termijn overschreed en verhoogt de schadevergoeding van €2.000 naar €4.000, omdat beide appellanten elk recht hebben op vergoeding.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor appellante en bepaalt dat haar AOW-pensioen ingaat op 1 december 1996. De overige besluiten en de proceskostenveroordeling worden bevestigd. Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van internationale verdragsbepalingen en adequate communicatie tussen uitvoeringsinstanties.