ECLI:NL:CRVB:2013:2967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om heropening van haar WAO-uitkering na intrekking per 23 maart 2004. Het UWV weigerde dit op grond van artikel 43a WAO omdat de vermeende toename van arbeidsongeschiktheid niet binnen vijf jaar na intrekking plaatsvond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was en de door appellante overgelegde medische gegevens onvoldoende waren om een toename van beperkingen aan te tonen.
In hoger beroep stelde appellante dat de medische informatie duidelijk een toename aangaf en dat de rechtbank ten onrechte geen deskundige had benoemd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat bij twijfel goede gronden nodig zijn om twijfel ten gunste van de verzekerde te laten strekken, maar dat uit het rapport van de bezwaarverzekeringsarts bleek dat tot 24 maart 2009 geen toename van beperkingen was vastgesteld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van heropening van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking.