ECLI:NL:CRVB:2013:2977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming kosten eigen auto wegens voldoende AOV-gebruik
Appellant, met een beenlengteverschil en daardoor rug- en knieklachten, vroeg een tegemoetkoming voor het gebruik van zijn eigen auto. Het college wees dit af na advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat stelde dat appellant voldoende gecompenseerd wordt door het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant medisch niet is aangewezen op de eigen auto en dat het AOV, inclusief de mogelijkheid dat zijn gezin meereist, passend is. In hoger beroep herhaalde appellant zijn medische bezwaren en overhandigde een verklaring van zijn huisarts.
De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en oordeelde dat de medische beperkingen reeds in de adviezen waren meegenomen. De AOV-pas voorziet in het meereizen van het gezin. Appellant bracht geen nieuwe omstandigheden aan voor toepassing van de hardheidsclausule. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van de eigen auto wordt bevestigd.