ECLI:NL:CRVB:2013:2978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verhuiskostenvergoeding wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, die rug- en knieklachten heeft door een beenlengteverschil en daarnaast lijdt aan een depressieve stoornis, woont met zijn gezin in een te kleine woning. Hij heeft een aanvraag ingediend voor een verhuiskostenvergoeding om te verhuizen naar een grotere woning. Het college heeft deze aanvraag afgewezen op grond van adviezen van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en De MO-Zaak, die stelden dat appellant geen medische belemmeringen ondervindt bij het gebruik van zijn huidige woning en dat de noodzaak tot verhuizen wordt veroorzaakt door de gezinsgrootte.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de door appellant overgelegde medische verklaring geen nieuwe inzichten biedt die de eerdere adviezen weerleggen. De verhuizing wordt niet als medisch noodzakelijk beoordeeld, ondanks de klachten en depressieve stoornis van appellant.
De Raad wijst ook op het loslaten van de afwijzingsgrond dat verhuizen in de situatie van appellant algemeen gebruikelijk is, maar benadrukt dat de afwijzing gegrond blijft op het ontbreken van medische noodzaak. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor verhuiskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk is.