ECLI:NL:CRVB:2013:2988
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende onderzoek en motivering bij indicatiestelling AWBZ-zorg voor ondersteunende begeleiding
Appellante, geboren in 1930, heeft een aanvraag ingediend voor voortzetting van AWBZ-zorg voor ondersteunende begeleiding en begeleiding. Het CIZ heeft indicaties afgegeven, waaronder een besluit van 17 juni 2010 dat een indicatie gaf voor begeleiding groep in klasse 4. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de indicatie passend was.
In hoger beroep betoogt appellante dat haar behoefte aan dagverzorging is toegenomen en dat het CIZ onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar haar medische beperkingen. De Raad stelt vast dat het CIZ niet volledig heeft onderzocht of er beperkingen zijn ten gevolge van een aandoening, ondanks aanwijzingen van een psychiatrische of psychogeriatrische grondslag.
De Raad oordeelt dat het onderzoek van het CIZ onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd is geweest en draagt het CIZ op het gebrek binnen twee maanden te herstellen. Hiermee wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt een zorgvuldiger indicatiestelling geëist.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het CIZ wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering, met opdracht tot herstel binnen twee maanden.