Uitspraak
25 juni 2013, 13/77 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen omdat zij op 9 oktober 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige rapportages voldoende waren om het besluit te onderbouwen.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gevolgen van haar tinnitusklachten en dat zij vanwege deze klachten een begripvolle werkomgeving nodig had. Zij voerde aan dat haar klachten waren onderschat en dat zij langdurig ziek was geweest.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht mocht uitgaan van de gedegen medische en arbeidskundige rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige. Appellante had geen aanvullend medisch rapport overgelegd om twijfel aan deze beoordelingen te rechtvaardigen. De Raad bevestigde dat het bestreden besluit zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante niet meer dan 35% arbeidsongeschikt was en dat er geen strijd is met het motiveringsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.