ECLI:NL:CRVB:2013:702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaarschrift inzake loonsanctie WIA-re-integratieverplichtingen
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, waarin het bezwaar van betrokkene tegen een loonsanctie op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) gegrond werd verklaard.
Het geschil draait om de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift dat betrokkene tegen het besluit van 25 november 2009 heeft ingediend. Het UWV stelde dat het bezwaarschrift te laat was omdat de termijn op 8 januari 2010 zou zijn verstreken, terwijl betrokkene stelde het besluit pas op 7 juni 2010 te hebben ontvangen, waardoor de termijn later zou zijn ingegaan.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had bewezen dat het besluit daadwerkelijk op 25 november 2009 was verzonden, mede omdat de verzending niet aangetekend was. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het vermoeden van ontvangst op het adres van betrokkene niet is ontzenuwd, waardoor het bezwaarschrift tijdig is ingediend.
De Raad wijst verder op de rechtspraak dat het bestuursorgaan het bewijs draagt van ontvangst bij niet-aangetekende verzending en dat betrokkene niet aannemelijk hoeft te maken dat het besluit niet is ontvangen, maar slechts dat ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend.