ECLI:NL:CRVB:2013:707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens onvoldoende verklaring stortingen
Appellanten ontvingen sinds januari 2007 bijstand volgens de WWB. Naar aanleiding van vermoedens over niet opgegeven vermogen en inkomsten heeft de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek ingesteld, waarbij bankafschriften van twee rekeningen over 2007 tot 2010 werden opgevraagd.
Het college besloot de bijstand over de periode van februari 2008 tot mei 2010 te herzien en de kosten van bijstand terug te vorderen wegens stortingen op eigen rekeningen zonder afdoende verklaring. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het college terecht de stortingen in aanmerking had genomen en dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de opnamen en stortingen het gevolg waren van een psychische stoornis.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat er wel een verband was tussen opnamen en stortingen en dat sprake was van dwangmatig handelen. Zij overlegden medische verklaringen en een verklaring van een derde. De Raad concludeerde echter dat deze verklaringen onvoldoende waren om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad bevestigde de uitspraak en het besluit van het college tot herziening en terugvordering van bijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.