ECLI:NL:CRVB:2013:714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen inhouding alleenstaande-ouderkorting op bijstand
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, waarbij de fiscale alleenstaande-ouderkorting in mindering werd gebracht. Zij maakte bezwaar tegen deze inhouding over 2009 en januari 2010. Het college verklaarde het bezwaar over 2009 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees het bezwaar over januari 2010 af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college onterecht de alleenstaande-ouderkorting als inkomen aanmerkte, in strijd met de gemeentelijke richtlijn. De Raad overwoog dat de uitkeringsspecificatie van januari 2010 een wijziging in de periodieke betaling betrof en als besluit aan te merken was waartegen bezwaar mogelijk is.
De Raad bevestigde eerdere jurisprudentie dat de alleenstaande-ouderkorting, anders dan de aanvullende alleenstaande-ouderkorting, als inkomen wordt beschouwd en in mindering wordt gebracht op de bijstand. De vermeende strijd met de gemeentelijke richtlijn werd verworpen vanwege een kennelijke verschrijving die later werd gecorrigeerd.
Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de inhouding van de alleenstaande-ouderkorting op de bijstand is rechtmatig.