ECLI:NL:CRVB:2013:733

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 juni 2013
Publicatiedatum
27 juni 2013
Zaaknummer
10-2044 AWBZ
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 BeroepswetBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na volledige tegemoetkoming bezwaar en proceskostenveroordeling

Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het CIZ, maar trok dit beroep in nadat het CIZ op 25 februari 2013 een herziene beslissing op bezwaar had genomen die volledig tegemoetkwam aan haar bezwaar.

De Raad overwoog dat bij intrekking van het beroep wegens volledige tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de proceskosten kan worden veroordeeld. De Raad veroordeelde het CIZ tot vergoeding van de redelijke proceskosten van appellante, begroot op € 11,40 voor reiskosten.

Verzoek tot vergoeding van kosten voor niet-beroepsmatig verleende rechtsbijstand door een coach werd afgewezen, omdat het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) geen vergoeding hiervoor toestaat. Ook vergoeding van griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het CIZ vorderen.

De uitspraak werd gedaan door rechter J. Brand, met griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen, en uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2013.

Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot vergoeding van € 11,40 aan proceskosten van appellante wegens reiskosten.

Uitspraak

10/2044 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank
Zwolle-Lelystad van 3 maart 2010, 09/1449 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft B.G. Kedde hoger beroep ingesteld.
Het CIZ heeft op 25 februari 2013 een herziene beslissing op bezwaar afgegeven.
Bij brief van 7 maart 2013 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het CIZ te veroordelen in de proceskosten.
Het CIZ heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken omdat met de herziene beslissing op bezwaar van 25 februari 2013 volledig aan het bezwaar van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het CIZ te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 11,40 voor de reiskosten die appellante heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank.
Ten aanzien van het verzoek om vergoeding van de proceskosten als gevolg van de inschakeling van Kedde overweegt de Raad als volgt. In bezwaar, beroep en hoger beroep
is niet door een derde beroepsmatig rechtsbijstand verleend. De door Kedde verrichte handelingen kunnen niet als zodanig worden aangemerkt. Kedde is werkzaam als coach en individuele begeleider en verleent niet beroepsmatig rechtsbijstand.
Het Bpb biedt niet de mogelijkheid kosten te vergoeden gemaakt voor niet beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Voor een veroordeling van het CIZ in de reiskosten van Kedde, biedt het Bpb evenmin grondslag.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het CIZ wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het CIZ in de kosten van appellante tot een bedrag van € 11,40.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van
A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
26 juni 2013.
(getekend) J. Brand
(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen
GdJ