Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2013:782

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 juni 2013
Publicatiedatum
1 juli 2013
Zaaknummer
12-2767 WWB-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen toekenning bijstand en schadevergoeding

Appellant ontving sinds 2003 bijstand als alleenstaande op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2010 trok het college de bijstand per 1 juli 2010 in vanwege het niet reageren van appellant op verzoeken om gegevens. Dit intrekkingsbesluit is onherroepelijk omdat er geen rechtsmiddelen tegen zijn ingesteld.

In mei 2011 vroeg appellant opnieuw bijstand aan, welke het college vanaf 25 mei 2011 toekende. Het bezwaar tegen deze toekenning werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat het college terughoudender had moeten zijn bij het intrekken van de bijstand in 2010, gezien zijn lichamelijke en psychische klachten, en dat het college nader onderzoek had moeten doen naar zijn niet-reageren.

De Raad oordeelde dat het intrekkingsbesluit uit 2010 in rechte vaststaat en dat het hoger beroep tegen het bestreden besluit, de toekenning van bijstand vanaf 2011, geen rechtsmiddel biedt om het eerdere intrekkingsbesluit of de gevolgen daarvan te beoordelen. Het verzoek om schadevergoeding wegens verlies van woning en inboedel werd daarom afgewezen. Ook werden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
12/2767 WWB-PV
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 april 2012, 12/118 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Leiden (college)
Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte als voorzitter van de enkelvoudige kamer
Griffier: T.A. Meijering
Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. W.G.H. Janssen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. E.P. van Nooijen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek om toekenning van vergoeding van schade af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant ontving vanaf 2003 bijstand naar de norm voor een alleenstaande, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Het college heeft bij besluit van 30 augustus 2010 de bijstand van appellant per 1 juli 2010 na opschorting ingetrokken omdat appellant niet had gereageerd op het verzoek om gegevens toe te sturen. Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend.
Appellant heeft in mei opnieuw bijstand aangevraagd. Het college heeft bij besluit van
19 juli 2011 aan appellant een bijstandsuitkering toegekend vanaf 25 mei 2011. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 29 november 2011 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat van het college terughoudendheid verwacht had mogen worden bij het beëindigen van de bijstand in 2010 omdat bekend was met zijn lichamelijke en psychische klachten. Het college had verder onderzoek moeten doen naar de reden waarom appellant niet reageerde op de brieven. Door de intrekking van de bijstand is de huurbetaling gestaakt. De woning van appellant, die in het buitenland verbleef, is ontruimd. Appellant heeft schade geleden door het verlies van zijn woning en inboedel. Hij houdt het college daarvoor aansprakelijk. Daarom verzoekt appellant een schadeloosstelling van het college.
In deze procedure ligt ter beoordeling voor, het bestreden besluit waarbij het college op de aanvraag van appellant aan hem met ingang van 25 mei 2011 bijstand heeft toegekend. Appellant heeft tegen dit besluit op zich geen bezwaren. De bezwaren van appellant zijn gericht tegen de wijze waarop het college in 2010 de bijstand heeft beëindigd. Het besluit van 30 augustus 2010 staat echter in rechte vast. Met deze procedure tegen het bestreden besluit kan appellant niet bereiken dat de omstandigheden die hebben geleid tot het intrekkingsbesluit noch dat besluit zelf of de gevolgen daarvan door de bestuursrechter worden beoordeeld. Het hoger beroep slaagt daarom niet en het verzoek om vergoeding van schade moet dan ook worden afgewezen
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) T.A. Meijering (getekend) O.L.H.W.I. Korte
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep

RH