ECLI:NL:CRVB:2013:902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij WWB-besluit
Appellant diende op 3 maart 2010 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling wegens ontbrekende gegevens, maar trok dit besluit later in en kende bijstand toe met verplichtingen. Een gewijzigd besluit bevestigde deze toekenning en legde een aanvullende verplichting op omtrent huurbetalingen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 3 augustus 2010 niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 oktober 2010 ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte een verplichting had opgelegd en dat dit tot schade had geleid.
De Raad oordeelde dat appellant geen procesbelang had omdat hij geen bijstand meer ontving, geen beschikking met gevolgen had ontvangen en zijn schade niet aannemelijk had gemaakt. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.