Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) die wordt verstrekt als een geldlening in de vorm van een krediethypotheek op haar woning. Ondanks meerdere verzoeken en waarschuwingen weigert zij de hypotheekakte te ondertekenen, waardoor het college een maatregel oplegt die de bijstand met 100% verlaagt voor drie maanden, later verlengd.
De rechtbank verklaart het beroep tegen deze maatregel ongegrond. Verzoekster gaat in hoger beroep en verzoekt tevens om een voorlopige voorziening om de maatregel ongedaan te maken en bijstand om niet toe te kennen. De voorzieningenrechter oordeelt dat nader onderzoek niet bijdraagt en doet meteen uitspraak in de hoofdzaak.
De Raad stelt vast dat eerdere uitspraken onherroepelijk hebben bepaald dat het bedrag van de geldlening correct is berekend en dat verzoekster moet meewerken aan de vestiging van de krediethypotheek. Argumenten over schulden en toestemming van andere hypotheekverstrekkers worden verworpen. Het college heeft de maatregel terecht opgelegd conform de gemeentelijke maatregelenverordening. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De maatregel verlaging bijstand wegens weigering vestiging krediethypotheek wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.