ECLI:NL:CRVB:2013:908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellante heeft op 23 maart 2011 een aanvraag ingediend voor een uitkering voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage wees deze aanvraag bij besluit van 9 juni 2011 af vanwege de niet-levensvatbaarheid van het voorgenomen bedrijf, gebaseerd op een adviesrapport van IMK Intermediair B.V.
Appellante maakte bezwaar, maar het college handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het advies van IMK zorgvuldig was opgesteld en geen feitelijke onjuistheden bevatte. Appellante overlegde geen objectieve gegevens of deskundig tegenadvies om haar stelling van levensvatbaarheid te onderbouwen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het advies niet deugdelijk was en dat zij niet voldoende werd gehoord. Ook stelde zij dat het gebrek aan financiële middelen haar verhinderde een contra-expertise te laten verrichten. De Raad overwoog dat het college zich mag baseren op deskundige adviezen en dat het ontbreken van een contra-expertise niet zonder meer tot een ander oordeel leidt. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.