ECLI:NL:CRVB:2013:935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAZ-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant, sinds 1974 zelfstandig textielhandelaar, kreeg na een auto-ongeval in 2001 hart- en psychische klachten. Hij vroeg in 2009 een WAZ-uitkering aan, die met ingang van 2008 werd toegekend. Het Uwv verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij eerder arbeidsongeschikt was en geen aanvraag kon doen.
In hoger beroep stelde appellant dat hij pas na jaren besefte dat hij arbeidsongeschikt was en dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die een terugwerkende uitkering rechtvaardigen. Hij verwees naar het beleid over lang doorwerkende zelfstandigen.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens geen grond bieden voor een bijzonder geval in de zin van artikel 36, tweede lid, WAZ. Appellant was in de jaren na het ongeval bij een andere procedure bijgestaan door een advocaat, wat het verweer ondermijnt. Het beleid voor lang doorwerkende zelfstandigen is niet van toepassing omdat de arbeidsongeschiktheid duidelijk door een gebeurtenis is ingetreden.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WAZ-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd.