ECLI:NL:CRVB:2013:937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid vanaf 14 december 2009
Appellant meldde zich op 18 juni 2009 ziek terwijl hij een WW-uitkering ontving. Het UWV besloot op 4 december 2009 dat appellant vanaf 14 december 2009 niet langer ongeschikt was voor arbeid en beëindigde de Ziektewet-uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat op 12 februari 2010 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, mede op basis van een deskundigenrapport van psychiater/neuroloog Kemperman.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV een onjuiste maatstaf hanteerde en onvoldoende rekening hield met zijn pijnklachten, die volgens hem wel objectief vast te stellen zijn. Hij verzocht om aanvullend onderzoek door een neuroloog/neuropsycholoog. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak het recht op ZW-uitkering afhankelijk is van ongeschiktheid tot het laatst verrichte werk en dat de bezwaarverzekeringsarts de kenmerken van het werk juist had vastgesteld.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige Kemperman, die geen psychiatrische of neurologische beperkingen vond die het verrichten van arbeid belemmeren. Appellant leverde geen objectieve medische gegevens aan die dit oordeel ondermijnen. Ook was er geen sprake van schending van het recht op een eerlijk proces of equality of arms. De Raad concludeerde dat appellant vanaf 14 december 2009 in staat was zijn arbeid te verrichten en bevestigde daarom de eerdere uitspraak dat geen recht op ZW-uitkering meer bestond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant vanaf 14 december 2009 arbeidsgeschikt is en geen recht meer heeft op een Ziektewet-uitkering.